Zaterdagnacht staat Wiet op om 4h30, voor een glaasje water. Voor een nog onbekende reden besluit hij eens naar buiten te kijken. Een kleine schok golft door zijn slaperig lijf: onze parking is uitermate leeg. Had hij de auto ergens anders geparkeerd? Nee, hij stond daar, zonder twijfel. De discotheek om de hoek sluit en de straat is bezaaid met feestvierders. Zou een van hen..?
Hij maakt Heather wakker. Paniek. Onze toyota gepikt, misschien ondertussen te pletter gereden door een joyrider! We bellen de politie. Enkele minuten later staat er een agente in onze keuken. Machinaal onderwerpt ze ons aan een klein verhoor. Op wiens naam stond de auto? Was hij al afbetaald? (Ze spreekt enkel in de verleden tijd – lees: er is geen hoop dat we hem terug vinden) De nummerplaat wordt doorgebeld naar de centrale dispatching. “Aha, dat verklaart alles” horen we haar zeggen. “Uw auto is weggesleept” vertelt ze ons als ze te telefoon neerlegt. Wij reageren met een mix van opluchting en ongeloof.
Central Station Apartments, de uitbaters van ons appartementsgebouw, hebben een contract met een takelbedrijf. Alle auto’s op onze parking die geen “bewoner-sticker” of “bezoeker-sticker” dragen mogen ten alle tijden worden weggetakeld, op kosten van de eigenaar. Goed wetend dat op zaterdagavond de discotheekgangers bij ons parkeren was de takelaar vrolijk beginnen takelen; kassa kassa! Hij was zo enthousiast te werk gegaan dat onze sticker hem was ontgaan.
De agente neemt afscheid en wij bellen de takelaar. Heather vraagt het antwoordapparaat – ‘t was vijf uur ’s ochtends – de toyota met nummerplaat zus en zo aub zo snel mogelijk terug te brengen. Als ze hem maar voor maandag terug brengen, anders kan Heather niet naar ‘t werk. We kruipen terug in ons bed.
Iets na negen staat Wiet op. De auto staat terug op dezelfde plaats, maar achterstevoren. We hebben het niet gedroomd…





