October 2008


Op 20 oktober 2007 trouwden we in Brussel. Hoewel we daarna nog eens zouden trouwen in Collierville was het een once in a lifetime feest. Maandag was dat een jaar geleden. Reden genoeg om onze sjieke kleren aan te trekken en nog eens deftig op stap te gaan. 

Het centrum van Memphis is vergeven van de paardenkoetsen die toeristen rondrijden en wat vertellen over de geschiedenis van de stad (of uit hun duim zuigen, zo wordt gezegd). De koetsen zijn pure kitch, sommige in pompoenvorm met blauwe kerstlichtjes. Als we ooit een goed excuus konden hadden was het wel maandagavond, en dus lieten we ons rondrijden door Paula en haar witte schimmel. Haar manege is aan het einde van onze straat, dus ze zette ons af aan onze voordeur.

Daarna haalden we de top van onze wedding cake uit de frigo. De traditie wil dat je de bovenste schijf van je wedding cake snijdt op de trouwavond, in de vriezer steekt en een jaar later pas opeet. Die cake smaakte nog verrassend hetzelfde, en bracht allerlei herinneringen terug.

Al een jaar getrouwd. Nog geen spijt van gehad.

… aan België – na uzelf, uiteraard, beste lezer - is brood. Het brood dat je hier eet is zonder overdrijven niet te vreten. Bruin brood is van een ondraaglijke lichthheid; stop een boterham in je mond en er plakken enkel wat zemelen tegen je verhemelte. Een brood blijft weken “goed”, wat eigenlijk betekent dat het niet nog slechter wordt. Met dank aan kilo’s bewaarmiddelen. Wit brood is al helemaal off limits: sponzige gebakken lucht. 

Dan mis ik het om naar mijn bakker te lopen op het Bloemenhofplein, Au bon beurre. Deur uit, kasseien over, en de warme walm van vers brood uit het kelderraam. Mijn bakker is een dikke Marokkaan die zijn best doet om Nederlands te spreken. Mijn gesprek volgt altijd hetzelfde patroon.

Hij: “Choeiemorgen, m’n vriend. Alles choed?”

Ik: “Absoluut. Met u ook?”

Hij: “Ja. Hard werken. Altijd werken.”

Ik: “Oei, dat klinkt niet zo vrolijk.” 

Hij: “Cheen keus. Het leven is hard. Wat sal het sijn asjeblieft?”

Ik: “Een klein volkoren, gesneden, alstublieft.”

Hij: “Asjeblief. Prettiche dag, m’n vriend.”

Heather wordt dik, en is daar blij om, zowaar. Ze kan niet meer in haar broeken. Ze voelt vanalles bewegen onder haar vel. Een mens wordt er vrolijk van.

Sinds vorige week hebben we officieel beslist om de bevalling thuis te laten doorgaan. Oorspronkelijk gingen we naar een gynaecoloog. We waren erg tevreden over de dokter, maar helemaal niet over haar staf. Bloedmonsters werden verwisseld, de secretaresse probeerde ons te veel te doen betalen, enzovoort. Daar komt bij dat de dokter voor een groepspraktijk werkt. Misschien zouden we negen maanden met één dokter spreken en tijdens de bevalling een wildvreemde dokter voorgeschoteld krijgen. Bovendien is het personeel in de ziekenhuizen overwerkt en kunnen ze je niet de persoonlijke zorg geven die je verdient. Dokters zullen de bevalling op gang brengen of zelfs een keizersnede uitvoeren omdat het in hun ogen te lang duurt. 

Bij mijn eerste bezoek aan Trillium Womancare, de praktijk van de vroedvrouwen, zonk de moed me in de schoenen. De wachtkamer stond vol met new age gadgets, van boeddhabeeldjes tot Indiaanse dromenvangers. Maar tijdens ons gesprek werd het snel duidelijk dat we in goede handen waren. De vroedvrouwen zijn ervaren, spreken met kennis van zaken, en ze nemen hun tijd.

Sinds vorige week weten we ook het geslacht van ons kindje. Wie dat liever een verrassing houdt leest nu beter niet verder.

 

‘t Wordt een jongen.

Vrijdag werd Wiet’s spitsbroeder, Hannes, 30 jaar. Aangezien Wiet logistiek beperkt was om veel te organiseren deed hij beroep op zijn trouwe vriend, het internet. We creeerden een blog en nodigden iedereen die Hannes kent uit om zijn drie decennia te documenteren met anecdotes, foto’s, filmpjes, … Er kwam massaal reactie, en dat op korte tijd. Er staan verhaaltjes op over eerste ontmoetingen met de man, filmpjes over zijn kunsten als volksmenner, een nieuwjaarsbrief, etc. Iedereen hard bedankt voor al zijn of haar bijdragen! En a propos: het is nog niet te laat om er iets op te gooien.

Als buitenstaander is het soms moeilijk te begrijpen wat er nu zo speciaal is aan Amerikaans voetbal, oftewel football. Het is een agressieve sport, je moet miljoenen spelregels kennen vooraleer je een wedstrijd kunt volgen, en zo’n wedstrijd duurt gemakkelijk drie uur. Sinds gisteravond weet Wiet het geheim van de allure van football. Twee woorden: show en tailgating.

Bob, Heather’s vader, had via zijn werk – Fedex, sponsor van het plaatselijke team “Memphis Tigers” – ticketjes gekregen, dus wij naar het Liberty Bowl-stadion in Midtown. Heel de wedstrijd baadt in spektakel dat soms naar het circusachtige neigt, van begin tot einde. Vóór de aftrap trok een stoet over het veld, bestaande uit een grote fanfare – acht tuba’s sterk – majorettes, vendelzwaaiers, en de mascotte – tijger Tom de Tweede. Dan vormde de stoet een erehaag voor de opgeblazen tijgerkop die over de ingang was gespannen. Uit diezelfde tijgerkop kwamen dan de spelers te voorschijn, begeleid door vuurwerk en explosies. Tijdens de wedstrijd zorgden vier teams van cheerleaders voor animatie met dansjes en acrobatie, begeleid door de fanfare. Bij elke touchdown van de Tigers werd er vuurwerk afgeschoten, bij een touchdown van de Louisville Cardinals deden hun acrobaten een serie salto’s. En zo ging dat maar door, inclusief de half-time show. Soms miste je een belangrijk moment in de wedstrijd omdat je afgeleid werd door, bijvoorbeeld, de acrobaten die hun cheerleader in de lucht gooiden. Desondanks zorgde die randanimatie er voor dat je betrokken geraakte bij de wedstrijd; mijn keel leek achteraf op schuurpapier van het roepen. 

Misschien nog belangrijker dan wat er op het veld gebeurt is wat er rond het veld gebeurt. Vóór de wedstrijd kom je naar de parking voor tailgating. Je parkeert je auto, gooit alle deuren open, zet je radio loeihard, grilt worstjes op je BBQ en drinkt je eerste pintje, gezeten op de rand van je kofferbak. We zagen zelfs een mobilhome met een tv gemonteerd aan de buitenkant, louter voor tailgating. En zo geraak je opgewarmd voor de match. Rondom football heeft zich een hele tailgating-cultuur gevormd; elk zichzelf respecterend team verkoopt allerlei accessoires specifiek voor tailgating. De parking is de voetballoge van de kleine man.

A propos: ‘t Was een spannende wedstrijd.

 

 

brief van McCain

brief van McCain

Vorige week kreeg Wiet een brief van John McCain. ‘t Is te zeggen, van zijn campagne. Meneer McCain begint zijn brief gewoontegetrouw met “My Friend”. Ik vroeg me af waaraan ik die eer te danken had, en of de senator me nog steeds zijn vriend zou noemen moest hij weten dat ik niet mag stemmen. Zijn brief hengelde dan ook niet naar mijn stem, eerder naar mijn geld. Zijn campagne heeft 21,5 miljoen dollar nodig om de volgende veertien dagen door te komen, aldus McCain’s brief. En of ik aub onmiddellijk een “noodbijdrage” wou storten voor zijn campagne. Ik belde het telefoonnummer op de brief en vroeg hoe mijn naam en adres op een Republikeinse mailing list waren terecht gekomen. Niemand kon me een deftig antwoord geven.

Ondertussen van Obama geen woord, nog geen folderke. We kijken nog steeds uit naar het eerste verkiezingsdrukwerk geadresseerd aan Heather, de enige stemgerechtigde in ons huishouden.

The job Heather found in June at Scale Models didn’t last for long. She got very sick – an unfortunate side effect of pregnancy – and when she got back to work, she finished the project she had been working on and new projects didn’t materialize.

Two weeks ago, she started working for Dan Brewer, an architect on the outskirts of Memphis. Heather has worked with him in the past, and now she is his only employee. He hopes to retire in three years. The main project she will be working on is, oddly enough, a church. 

Dan Brewer is a craftsman, an endangered species: he draws by hand – no computer. So Heather is AutoCAD draftsman, IT-manager and, on the side, design assistant. She is grateful to have a job, especially when so many other architects here don’t.

Hord Architects’ belangrijkste project van de afgelopen jaren is waarschijnlijk de First United Methodist Church in het centrum van Memphis. Voor meer dan honderd jaar stond op de hoek van Poplar en Second Street een gotische kerk van onheilspellend grijze natuursteen. Op 6 oktober 2006 ging ze in vlammen op. 

Twee jaar vergaderen en tekenen later is de bouwaanvraag ingediend voor een fonkelnieuwe kerk. Vandaag werd tijdens een ceremonie in de ruïne de start van de werken gevierd. Dat gebeurt hier niet met een eerste steenlegging, maar met een “ground breaking”, de eerste spadesteek, zeg maar. at is een heel gedoe want ‘t is een belangrijk project voor de stad, dat de “urban renaissance” van het centrum moet onderstrepen. Dus waren er hoge pieten op het appel: de burgemeester van Memphis, de burgemeester van Shelby County (de gemeente Memphis en de county Shelby overlappen elkaar, beetje verwarrend) en vers herverkozen congreslid Steve Cohen. De pastoor Martha Wagley leidde de plechtigheid met verve. Ze liet alle prominenten een speechke doen, en vroeg hen vervolgens elk een – voor de gelegenheid vergulde – spade in de grond te steken. Het koor zong iedereen uitgeleide vanuit een hoek van de ruïne. Je moest niet veel fantasie hebben om je naoorlogs Dresden voor te stellen. Het deed me iets.

Het ontwerp voor de nieuwe kerk is van de hand van mijn collega Matthew, een neotraditionalist die vindt dat het gebouw er moet uitzien alsof het er al honderden jaren staat. Ook al wordt het opgetrokken uit staal, glasvezel en gipskarton. Het is weinig waarachtige architectuur, niet mijn stijl. Maar het vooruitzicht dat er een gebouw zal verrijzen waaraan ik heb meegewerkt, waarheen ik m’n kind later kan meenemen en stoefen: “Kijk, die spitsboog heeft papa getekend.”, dat is een leuk vooruitzicht. Een vooruitzicht dat je als planner toch wat mist (Een van mijn proffen zei ooit: De grootste frustratie van planners is hun gebrek aan zelfbevrediging).

De schattingen van de aannemer liggen helaas drie en half miljoen dollar boven het budget, een bron van frustratie bij de bouwheer waarover vandaag met geen woord werd gerept. Of die spitsboog er ooit komt is dus nog afwachten…