De nationale feestdag wordt hier druk gevierd. Geen militaire parades (zowat alle militairen zijn immers bezet) maar picknicks met de familie. Mensen rijden meer dan twaalf uur om bij hun loved ones te geraken. Als je ergens een sjaaltje met stars & stripes er op hebt, of een polo of onderbroek, dan is dit het moment.
Heather en ik reden met haar ouders naar Tupelo, Mississippi, voor een familiereünie langs moederszijde. Bethany, die een vakantiejob heeft in een winkel, moest helaas werken. Er is maar een ding dat voorrang krijgt op patriottisme, en dat is commerce.
In een kleine parochiezaal zat een batterij familieleden die ik nog nooit had ontmoet. De meesten waren aan de oudere kant. Heather’s neefjes (zelfde generatie) Jim en Denny waren er. Een van hen is al overgrootvader. Er waren ook een paar jongere koppels, maar ik had er weinig mee gemeen. Ze leden zonder uitzondering aan overgewicht, en droegen T-shirts met bijbelcitaten. Iedereen was gevraagd iets mee te brengen om te eten of te drinken. Wij hadden wat pintjes mee maar alcohol was niet toegestaan in de gebouwen van de kerk.
Er werden oude fotoalbums en straffe verhalen boven gehaald. De mensen waren heel hartelijk en vrijgevig. Een oma die overliep van energie greep me bij de arm en presenteerde alle desserts, met de nadruk op de koekjes van haar dochter. Een opa kwam me vertellen dat hij in 1958 in Brussel was geweest, en wou weten of het Atomium er nog stond.
Helaas bleek nog maar eens dat onder die bovenlaag van Southern hospitality voldoende stof tot conflict ligt om een soap mee te schrijven. Naar het einde van het feest toe stond ik te praten met een van mijn verre nonkels – zijn naam ontsnapt me – met een haarstukje dat zelfs in de jaren ‘70 lelijk moet geweest zijn. “Volgend jaar is de reünie misschien in een moskee.” zei mijn verre nonkel. “Want ze komen af, de moslims.” Pure Vlaams Blokpraat.
’s Avonds gingen we naar het dakterras van mijn kantoor in Memphis voor het traditionele vuurwerk. Er was geen volkslied, niemand zei dat de VS het geweldigste land ter wereld was. Op die manier wil ik ook wel nationalist zijn, feestelijk. Niet het nationalisme dat overkookt tot arrogantie en imperialisme, of dat misbruikt wordt om interne kritiek te smoren. Feestelijk nationalisme zouden we in België wat meer mogen hebben.
Als ik hier aan iemand word voorgesteld zeggen ze altijd eerst dat ik Belg ben. Thuis sta ik zelden stil bij mijn nationaliteit – hoewel, in tijden van communautaire spanningen… – maar hier is het mijn voornaamste onderscheidende eigenschap. Daarvan wordt je automatisch iets vaderlandslievender, denk ik.
6 July, 2008 at 2:20 am
Dag Wiet en Heather,
heb vanmorgen wat van jullie nieuws zitten lezen….boeiend!!! Heather, een dikke proficiat met je job! Jullie lijken het daar goed te doen…… Bij ons alles OK: schooljaar afgerond, al een weekje op Sterre( + 2 dagen paulien en Toone) gepast, Francis zit aan de Moezel dit WE ‘te zwaaien’ en ik mag pakken om morgen naar Ijsland te vertrekken! Als we terug zijn, vertel ik wel hoe het daar was. Toi, toi!
Mieke
7 July, 2008 at 1:48 am
Mooi stukje…
tom