Vorige week leidde de pastoor van een kerk met bouwplannen Wiet rond op zijn ‘campus’. De school had stabiliteitsproblemen en werd gestut. Mexicaanse bouwvakkers legden de funderingen bloot. Ze groeven diepe putten, niet breder dan zijzelf, waaruit enkel hun hoofd stak. “Harde werkers”, zei de pastoor. “Dat hebben jullie wel, immigranten, een sterke werkethiek.” schouderklopte de pastoor me misplaatst. “Jullie weten tenminste waarvoor jullie werken.” Ik zei maar niet te veel terug.
Deze immigrant heeft de afgelopen week vooral aan paperasserij gewerkt. Belastingen in België, kwartaalbijdragen voor het IRS, een belachelijke rekening van Electrabel die plotseling opduikt, een nieuwe identiteitskaart van het consulaat in Atlanta, … Daar gaat mijn vrije tijd, om niet te spreken van mijn centen, allerlei planning ten spijt. Gelukkig heb ik een goed secretariaat in Kessel-Lo (nog eens bedankt, ma en pa).
Hoe gastvrij de plaatselijke autochtonen hier ook zijn, men (ja, wie eigenlijk?) maakt het een migrant niet makkelijk. Enfin, als u nog eens een migrant tegen komt en hij ziet er een beetje bezorgd uit, dan weet u waar het aan ligt…
2 July, 2008 at 4:55 am
oeps…niet fijn…maar wees gerust ik heb ook enkele avonden gespendeerd aan belastingsadministratie…