De trein speelt een belangrijke rol in de Amerikaanse cultuur; hoeveel songs zijn er niet geschreven over trains die iemand zijn baby away genomen hebben? Tegenwoordig wordt er echter vooral in nostalgische termen over treinen gesproken, omdat bijna niemand nog gebruik maakt van den ijzeren weg. Het ooit machtig netwerk is uitgedund tot enkele hoofdlijnen tussen grote steden, die ook nog enkele boerengaten ontsluiten – het laatste competitief voordeel op het vliegtuig. 

Memphis en New Orleans liggen op zo’n hoofdlijn, dus boekten wij twee zitjes bij Amtrak. Onze tocht begon slecht omdat nota bene naast onze voordeur (remember, we wonen in het station) een gat was ontstaan onder de sporen. Dus kropen wij zondag ontieglijk vroeg op een bus (Hallellujah FM stond op) die ons naar een bedrijventerrein bracht, waar de trein ons oppikte. De treinen zijn hier monsterlijk groot, erg luxueus, en aftands. Vergane glorie. Bewaakte spoorwegovergangen kennen ze bijna niet; de trein toetert gewoon als hij een weg nadert. 

Zo reden we door de Mississippi Delta, door de heuvels naar de Bayou moerassen met hun paalwoningen in Louisiana, en – twee dagen later – terug. Jammer genoeg bezit Amtrak geen eigen sporen, en is de trein overgeleverd aan de genade van de eigenaar. Als er een goederentrein door moest die belangrijker werd geacht, moesten wij wachten. Zo kwamen we uiteindelijk terug in Memphis terecht, met een luttele twee uur vertraging. Dan hebben we over de NMBS weinig te klagen…