Memphis is een muziekstad. Niet toevallig heeft het dan ook een groot festival: het Beale Street Music Festival, op de oever van de Mississippi. 

Op zo’n moment laten de lelijkste Amerikanen zich van hun mooiste kant zien. We zagen mensen integraal opgetrokken uit tatouages, gothic cowgirls, en veel mensen met regenlaarzen, in alle kleuren – één paar zelfs met doodskoppen . In het begin vonden we dat een beetje belachelijk. Traditiegetrouw echter regende het, en al gauw hadden we spijt dat we niet zelf zo’n paar hadden aangetrokken.

Wiet had een manke poot, maar die was  snel vergeten van zodra we naar Robert “Wolfman” Belfour mochten luisteren, een ouwe neger met gitaar. Een andere ouwe neger in een hagelwit pak danste zichzelf in een coma. Daarna naar Joan Jett, de wijdbeense punkster (u weet wel, die van: “I love rock ‘n roll! Put another dime in the juke box, baby.”) Ambiance, maar haar publiek van vijftigers apprecieert crowd sufers niet zo… 

De hemel was ondertussen betrokken tot apocalyptische grijswaarden. Toen viel plots het dak uit de hemel. Het stormfront dat in Arkansas zeven doden had gemaakt stak de Mississippi over, en vond als eerste slachtoffer: ons. Het fest werd stilgelegd, de eerste mudsliders werden gesignaleerd en wij repten ons naar huis.