Onze bezoekers – ouders Wiet en Inge, Alain en Raf – zijn zo sympathiek geweest hun foto’s op het net te flickeren. Klikken maar!
May 2008
29 May, 2008
29 May, 2008
Voor mij een douche en pak er zelf ook een
Posted by heatherwiet under dagelijks leven | Tags: weer |1 Comment
Memphianen zijn het er over eens: er is iets mis met het weer. Gelijkenissen met symptomen van die ketterse theorie global warming berusten op louter toeval, maar men is toch bezorgd.
Het is onwaarschijnlijk fris geweest de laatste tijd, met in maart nog sneeuw, godbetert. Maar nu zijn we terug op schema: het wordt warm, zeer warm. Volgens de plaatselijke Frank Deboosere daalt het maximum volgende week niet onder de negentig graden (Fahrenheit, voor alle duidelijkheid; zo’n dertig graden Celsius). Iedereen haalt opgelucht adem. Behalve die ene Belg die is groot geworden op een dieet van mistroostige motregen. De afgelopen weken hebben ze ons al enkele keren laten proeven van dat vooruitzicht. Je stapt buiten en het lijkt alsof iemand een klamme, warme handdoek over je heen drapeert. Verzet een stap en je staat in het zweet. Die hitte tot daar aan toe, maar de vochtigheid slaat je zowat plat. En het zal er de komende maanden niet beter op worden.
Kortom: wie nog op bezoek wou komen wacht beter tot september…
14 May, 2008
Door de wind, door de regen
Posted by heatherwiet under bezoek | Tags: tornado mississippi |[3] Comments
Vergeleken met cyclonen en aardbevingen in Azie lijken de tornado’s in de VS klein bier. Van dichtbij bekeken denkt een mens daar toch anders over.
Vorige zaterdagavond reden we naar huis na een bezoek aan tante Cathy en nonkel James in Fulton, Mississippi. In de verte flitste de hemel wat. Niet erg. Een kwartier later zagen we de bliksem de hemel in twee scheuren. Waar je in Belgie geluk moet hebben om een bliksemschicht te zien, blijven ze hier secondenlang door de lucht klieven. Mooi, dacht ik toen nog. Toen begon het te regenen. Ik zet de ruitenwissers in hun kalmste stand.
We rijden door Holly Springs. De vrolijke bluegrassmuziek op de radio wordt plotseling onderbroken door een lang en hoog gepiep. Stilte. Dan een krakende stem van de National Weather Service. Ik stel me voor dat zo een oorlog begint: vanuit een bunker wordt iedereen opgeroepen de wapens op te nemen tegen de invallers. De stem waarschuwt voor tornado’s, mogelijks in volgende county’s: Holly Springs. Ik zet de ruitenwissers wat sneller. Zouden we hier geen schuilplaats zoeken? Na wat heen- en weergebel met Heather haar familie (die is dit soort weer gewoon) besluiten we door te rijden. De ruitenwissers zwiepen nu snel over en weer, maar hebben nog steeds moeite om die rivier op onze voorruit in te dammen. Even later zie ik alleen nog maar een regengordijn. Ik rij nog vijftien per uur op de snelweg. We zetten ons aan de kant. De krakende stem komt nu om de vijf minuten op de radio, en geeft aanwijzingen. “Wanneer je een geluid hoort als een goederentrein die over je auto rijdt betekent dit dat de tornado pal boven je is. Spring dan in de gracht en ga plat op je buik liggen.” Wiet’s moeder kijkt bedenkelijk naar de gracht naast ons die ondertussen een kolkende rivier is geworden. Ik ben nu echt bang. Niet griezelfilmbang, maar bang à la: Zo ga ik dus dood.
Plotseling nemen wind en regen af. De tornado heeft ons gemist. In een motregenbuitje start ik de auto terug. De volgende dag blijkt dat diezelfde storm meer dan twintig mensen heeft gedood. Wij hebben een goede engelbewaarder.
13 May, 2008
Na een diepromantische week zette Heather Wiet in New Orleans op zijn vliegtuig naar Zaventem, en beloofde dat ze naar Belgie zou komen.
Dat is nu bijna zes jaar geleden. En nu stonden we er terug, getrouwd en wel, met Wiet’s ouders en onze vrienden aan onze zij.
New Orleans, New Orleans, stad van geuren en kleuren. Het parfum van de Magnoliabomen in the Garden District, de geur van de zee in het Audubon Park, en de diepgewortelde stank van verschaalde alcohol en kots op Bourbon Street. De veelkleurige huizen, een erfenis van de slaven uit de Caraïben. Ik zou er morgen heen verhuizen, ware het niet van de afgrijselijke temperaturen in de zomer en de hoge misdaadcijfers.
New Orleans wordt af en toe de hoofdstad van the South genoemd, maar helemaal terecht is dat niet. Ze is van Franse in Spaanse handen over gegaan, terug naar de Fransen en tenslotte – dik tegen de goesting van de bewoners – gekocht door de Amerikanen. Daar heeft de stad een feestelijk kosmopolitisch karakter aan over gehouden. Helemaal niet zo conservatief als de rest van the South, waar “the Big Easy” als een poel des verderfs wordt beschouwd. Op Bourbon Street – de langgerekte serie café’s, stripteasebars in het centrum – worden vrouwen aangespoord hun borsten te tonen aan de cafegangers op de balkons. Als ze ingaan op de aanmoedigingen krijgen ze als beloning een plastieken halssnoer toegeworpen. Zo krijgt een stad een bijnaam, inderdaad.
13 May, 2008
De trein speelt een belangrijke rol in de Amerikaanse cultuur; hoeveel songs zijn er niet geschreven over trains die iemand zijn baby away genomen hebben? Tegenwoordig wordt er echter vooral in nostalgische termen over treinen gesproken, omdat bijna niemand nog gebruik maakt van den ijzeren weg. Het ooit machtig netwerk is uitgedund tot enkele hoofdlijnen tussen grote steden, die ook nog enkele boerengaten ontsluiten – het laatste competitief voordeel op het vliegtuig.
Memphis en New Orleans liggen op zo’n hoofdlijn, dus boekten wij twee zitjes bij Amtrak. Onze tocht begon slecht omdat nota bene naast onze voordeur (remember, we wonen in het station) een gat was ontstaan onder de sporen. Dus kropen wij zondag ontieglijk vroeg op een bus (Hallellujah FM stond op) die ons naar een bedrijventerrein bracht, waar de trein ons oppikte. De treinen zijn hier monsterlijk groot, erg luxueus, en aftands. Vergane glorie. Bewaakte spoorwegovergangen kennen ze bijna niet; de trein toetert gewoon als hij een weg nadert.
Zo reden we door de Mississippi Delta, door de heuvels naar de Bayou moerassen met hun paalwoningen in Louisiana, en – twee dagen later – terug. Jammer genoeg bezit Amtrak geen eigen sporen, en is de trein overgeleverd aan de genade van de eigenaar. Als er een goederentrein door moest die belangrijker werd geacht, moesten wij wachten. Zo kwamen we uiteindelijk terug in Memphis terecht, met een luttele twee uur vertraging. Dan hebben we over de NMBS weinig te klagen…
12 May, 2008
Memphis is een muziekstad. Niet toevallig heeft het dan ook een groot festival: het Beale Street Music Festival, op de oever van de Mississippi.
Op zo’n moment laten de lelijkste Amerikanen zich van hun mooiste kant zien. We zagen mensen integraal opgetrokken uit tatouages, gothic cowgirls, en veel mensen met regenlaarzen, in alle kleuren – één paar zelfs met doodskoppen . In het begin vonden we dat een beetje belachelijk. Traditiegetrouw echter regende het, en al gauw hadden we spijt dat we niet zelf zo’n paar hadden aangetrokken.
Wiet had een manke poot, maar die was snel vergeten van zodra we naar Robert “Wolfman” Belfour mochten luisteren, een ouwe neger met gitaar. Een andere ouwe neger in een hagelwit pak danste zichzelf in een coma. Daarna naar Joan Jett, de wijdbeense punkster (u weet wel, die van: “I love rock ‘n roll! Put another dime in the juke box, baby.”) Ambiance, maar haar publiek van vijftigers apprecieert crowd sufers niet zo…
De hemel was ondertussen betrokken tot apocalyptische grijswaarden. Toen viel plots het dak uit de hemel. Het stormfront dat in Arkansas zeven doden had gemaakt stak de Mississippi over, en vond als eerste slachtoffer: ons. Het fest werd stilgelegd, de eerste mudsliders werden gesignaleerd en wij repten ons naar huis.
11 May, 2008
On April 27th an American Airlines plane touched down in Memphis. Nothing special, except that it had Wiet’s parents on board (and a suitcase full of presents from friends and family in Belgium; thank you!) It was a warm hello again. The next day another one of those planes landed, this time bringing our friends Inge, Alain and Raf with it. Suddenly our apartment was housing seven people.
After everybody got over the worst jet lag hangover, the whole group set out to see the city, sometimes together, sometimes in separate groups. Wiet had to go to work, unfortunately, but we often met for lunch. After a few days Wiet’s parents set out for the Gulf coast in Florida, and a few days later our friends left for Natchez, Mississippi. On Sunday we took a train to New Orleans and met up with everybody there. For two days we roamed the Big Easy. Then we went separate ways again: Raf went home, Inge and Alain went to Florida and Wiet’s parents went to Natchez. We took a train back to Memphis. On Thursday Wiet’s parents arrived in Memphis again, and we all spent more time with Heather’s family. Heather’s parents organised a wonderful barbecue for friends and family. And on Saturday we drove down to aunt Cathy and uncle James in Fulton, Mississippi. We spent a day playing washers, frying fish and listening to stories of the old days. Coming back from Mississippi we were almost blown away by a tornado. Wiet’s parents had a truly Southern experience.
We loved to have our visitors. They charged our batteries again. And it was plain comfortable to hear Dutch around us again for a while. So let that be an invitation to you, dear reader: you’re welcome.






